Gedragsbegeleiding voor honden Midden-Nederland
Contact Twitter Facebook Pinterest LinkedIn YouTube

Jan 16 2016

Lichaamsbeweging en hersenwerk – Moe, maar voldaanlabrador met bal

Honden hebben elke dag beweging nodig. De een wat meer dan de ander, maar allemaal hebben ze behoefte aan fysieke, maar ook mentale activiteiten. Uit onderzoek is gebleken dat honden gemiddeld veel te weinig beweging krijgen. Dit kan verveling, gedragsproblemen en welzijnsaantasting tot gevolg hebben. Honden vinden het heerlijk om met je bezig te zijn! Gun jouw hond dagelijkse activiteiten. Voor honden die overprikkeld zijn kies bij voorkeur je rustige activiteiten, zoals hersenwerk!

  1. Geef de hond niet zijn voer in een voerbak. Laat hem werken voor zijn voer: Verstop het in de tuin, strooi het uit in het gras, stop het in een voerbal, verstop het in een oude spijkerbroek. Wissel af!
  2.  

  3. Je hoort vaak dat bij jonge honden de wandeling niet meer dan 5 minuten per maand leeftijd mag duren. Dit is een richtlijn. Voor sommige honden is dit niet voldoende. Rechtlijnige beweging (dus geen wild spel) kan geen kwaad en kun je rustig gaan opbouwen naar maximaal een uur. Daarnaast geldt deze 5-minuten-regel per wandeling; Maak een extra wandeling als je merkt dat je hond dat nodig heeft.
  4.  

  5. Loop niet elke keer dezelfde route. Afwisseling maakt het interessant.
  6.  

  7. Wandel minimaal één keer per dag op een plek waar de hond veilig los kan rennen. Kan je hond niet los, wandel dan met een lange lijn zodat hij meer bewegingsvrijheid heeft.
  8.  

  9. Maak gebruik van de mogelijkheden van de omgeving; over een sloot of hekje springen, over boomstam lopen, slalom tussen paaltjes etc.
  10.  

  11. Laat de hond zo veel mogelijk snuffelen. Sta stil als hij snuffelt, geef hem de kans om de wereld op zijn manier te verkennen.
  12.  

  13. Meenemen met hardlopen (als de hond volgroeid is). Oefen dit eerst rustig en bouw het op.
  14.  

  15. Fietsen. Bouwt wel uithoudingsvermogen op, dus de hond wordt steeds minder snel moe. En nooit fietsen als het warmer is dan 20 graden. Richtlijn: 2 minuten per maand leeftijd met het maximum van een half uur. Laat de hond draven, niet galopperen, dit is extra belastend voor zijn lijf.
  16.  

  17. Apporteren; Je gooit een bal weg en je hond haalt hem op. Doe dit echter slechts enkele malen! Te veel achter een bal aanjakkeren veroorzaakt onnodig veel opwinding bij sommige honden. Beter kun je de bal verstoppen en je hond laten zoeken. Zo word je hond moe op een goede manier. Gooi NOOIT met stokken, dit kan verschrikkelijke verwondingen veroorzaken, soms met de dood als gevolg. Doe het NIET.
  18.  

  19. Samen aan een lap sjorren; dit bootst het verscheuren van een prooi na en is een mooie manier van samen spelen. Werk hierbij tegelijkertijd aan zelfbeheersing en je hebt een fantastische oefening.
  20.  

  21. Zwemmen. Leer je hond het op een leuke manier aan, niet door hem in het water te gooien. Let op: niet alle honden zijn fysiek in staat om te zwemmen.
  22.  

  23. Met behulp van clickertraining kunstjes leren. Kijk op Youtube voor inspiratie, bijvoorbeeld deze:https://youtu.be/d2nBpccNtI4
  24.  

  25. Neusgebruik: zoeken, sorteren, speuren. Brokjes verstoppen, handschoen “verliezen”, kinderen zich laten verstoppen achter een boom etc., balletje verstoppen onder een rij van plastic bloempotten. Dergelijke spelletjes kunnen vaak ook goed binnen. Meer ideeën op actiefmetjehond.nl en www.hersenwerkvoorhonden.nl
  26.  

  27. Kauwen; Geef hem een vers bot van de slager, een rauw kippenkarkas, buffelhuid kauwbot of iets dergelijks. Moet wel veilig zijn, een gulzige hond mag zich er niet in verslikken.
  28.  

  29. Geef hem een Kong met daarin zijn maaltijd, hondenworst, brokjes, een plakje kaas binnen in, kaas laten smelten in magnetron (afkoelen). Er zijn talloze recepten te vinden op internet. Meerdere Kongs kun je verstoppen in het huis en hem er naar laten zoeken; perfect voor als je hond alleen thuis is.

 

Bekijk onze Indoor Puppycursus

 

 


Lees verder

1 ding dat je NU kan doen om je reactieve hond te helpen
Jan 15 2016

Een nieuwe manier van wandelen met je hond

Het wandelen met een reactieve hond kan heel stressvol zijn. Als je hond telkens uit zijn dak gaat als hij een fietser, hond, jogger, kat of iets anders dat snel beweegt ziet, dan ga je niet meer met een fijn gevoel wandelen. Het kan zelfs zijn dat je minder gaat wandelen en zo in een negatieve spiraal terecht komt.

Er zijn een aantal dingen die je kunt doen om het reactieve gedrag van je hond aan te pakken. Het volgen van een gerichte training is er een van.

crazy dog dit stuk wordt ingegaan op het gebruik van de omgeving. Je kunt vrij eenvoudig door op een andere manier te gaan wandelen, de stress bij de hond en bij jezelf gaan verminderen. Daar kun je direct mee starten. Daarnaast is het noodzakelijk dat je leert hoe je de lichaamstaal van je hond kunt interpreteren, hoe je beste de lijn gebruikt, hoe je je eigen lichaamstaal bewust kunt inzetten en hoe je leiding kunt geven aan je hond in situaties dat hij het niet zelf kan oplossen. Hier voor kun je o.a. terecht bij de Sociale Wandelingen.

Autonoom wezen

Mijn uitgangspunt is dat een hond een autonoom wezen is, die baat heeft bij het maken van zijn eigen keuzes in zaken die van belang zijn voor hem. Echter, als je hond reactief is, dan is hij nog niet in staat om altijd verstandige keuzes te maken. Daar moet jij hem bij helpen.

Wandelen 2.0

Een ander belangrijk uitgangspunt is dat de hond tijdens de wandeling niet constant naast je of achter je hoeft te lopen. Dat betekent overigens niet dat hij maar alles mag. Je gebruikt de lijn om hem te begrenzen op een rustige manier en je staat niet toe dat hij je overal naar toe trekt. Je geeft op een rustige manier de kaders aan waarbinnen hij zich vrij mag bewegen. Je gebruikt hierbij geen voer om hem bij je houden, maar ook geen lijncorrecties. Dit kan onwennig voelen in het begin, want zo wel rukken aan de lijn als het geven van voerbeloningen kan een hardnekkige gewoonte zijn.

Bij het wandelen gaat het er om dat je samen geniet van de wandeling. Wij mensen doen dat door om ons heen te kijken, honden doen dat door te snuffelen. Een lange(re) lijn maakt het mogelijk dat beiden aan hun trekken komen. De enige voorwaarde is dat de hond niet mag trekken aan de lijn. Je staat niet toe dat de hond je ergens naar toe trekt, simpelweg omdat niet prettig is. En niet, zo als je vaak hoort, omdat hij dan “de baas is” of “dominant”.
Op de momenten dat de hond ergens graag naar toe wil, maar jij wilt dat niet, dan begrens je hem rustig. Dat wil zeggen dat je hem tegenhoud door stil te gaan staan en de lijn strak te houden. Wacht geduldig tot hij zelf de lijn weer slap maakt en loop weer door. Blijft hij echter hardnekkig in de lijn hangen, kun je zelf de lijn weer slap maken. Ontspan hiervoor heel rustig de riem en breng je hond in balans. Vervolgens kun je doorlopen of de hond mee roepen een andere kant op. Beloon checklooks (naar je opkijken) met aandacht (prijzen). 

Deze nieuwe manier van wandelen vergt veel oefening. Vooral het lijngebruik moet je, letterlijk, in de vingers krijgen. Om hier in vaardiger te worden kun je workshops volgen en tijdens de Sociale Wandelingen en gedragsbegeleiding besteden we hier ook aandacht aan.

Bezint er ge begint…

Vermijd plotseling confrontaties door bij een hoek over te steken

Vermijd plotseling confrontaties door bij een hoek over te steken

Bij het begeleiden van een reactieve hond op wandelingen is een goede voorbereiding essentieel. Hoe meer jij weet wat je te wachten staat, daar in de “boze buitenwereld”, hoe beter jij je hond kunt begeleiden. Dit houd in dat je de wandelroute(s) eerst zonder hond verkent, gekeken vanuit het perspectief van de hond. Is jouw hond een teckel, dan betekent dat bijvoorbeeld dat je af en toe eens op je knieën zult moeten…

Bepaal op welke tijden het rustig is, en je dus de minste kans hebt op onverwachte confrontaties. Bekijk waar er onoverzichtelijke plekken zijn of dode hoeken. Dode hoeken in je looproute vermijd je in het begin zo veel mogelijk. Je kunt tenslotte niet zien of er plotseling een “eng” persoon opduikt of een hond, waardoor jouw hond toch weer gestrest raakt, wil vluchten of uitvallen. Pas je looproute aan zodat je beter overzicht hebt, bijvoorbeeld door de weg over te steken.

Voor honden die erg gestrest zijn, kan het dus betekenen dat je, voor een periode, niet in je eigen wijk kunt wandelen, simpelweg omdat dit nog te veel prikkels geeft. Als de hond minder beweging krijgt, doordat je wellicht niet 3 maal per dag naar een rustige plek kan rijden, dan compenseer je dat door bijvoorbeeld meer hersenwerk aan te bieden.

Door de ogen van je hond

De meeste honden geven er de voorkeur aan om bij open vlaktes, bijvoorbeeld een kruispunt van paden of een open plek in het bos, zich langs de kanten te bewegen. Dekking aan één kant geeft namelijk een gevoel van veiligheid. Hierin kun je dus je hond ondersteunen. Faciliteer heDode hoek2m daarin door met hem mee te bewegen, als hij dat aangeeft. Of, als hij zelf nog geen verstandige keuzes kan maken omdat hij te gespannen is, nodig hem uit om langs de kanten te lopen door met jouw lichaamstaal aan te geven dat jij die kant op wil.

Honden kunnen de neiging hebben om op paden te gaan versnellen en trekken dan aan de lijn. Het telkens gaan stilstaan (een veel gebruikte methode) kan er toe leiden dat je hond nog meer zich gaat verzetten tegen de druk en dus blijft trekken. Gebruik een lange(re) lijn, dat geeft de hond al wat meer vrijheid. En daarbij kan je je hond uitnodigen of faciliteren om meer langs de kant van de weg of het pad te lopen, waar meer lekkere geurtjes zijn, waardoor hij gaat snuffelen en dus het tempo omlaag gaat.

Referencepoints

Geef je hond gelegenheid om op de route gebruik te maken van de zogenaamde referentiepunten (referencepoints). Dit zijn objecten op de route die de hond houvast bieden. Je kunt bijvoorbeeld denken aan polletje gras op een kaal stuk grond, een boom op de hoek van een pad, een grote tak midden op een grasveld. Alles wat opvalt trekt de aandacht van de hond. Dat gaat verder dan alleen maar “ik wil naar die boom om er tegen aan te piesen.” Beweeg met je hond mee, geef hem ruimte in de (lange) lijn. Beter nog, je kunt, als je door de ogen van de hond de omgeving bekijkt, voorspellen waar hij naar toe zal willen, faciliteer dat dan tijdig. Want hoe minder je hem telkens hindert door de riem strak te trekken, hoe minder frustratie bij de hond en hoe prettiger de wandeling verloopt.

De eerste stap is een daalder waard

Een wandeling begint al bij het naar buiten stappen, uit huis of uit de auto. Vooral het uit de auto springen in een vreemde omgeving vraagt extra ondersteuning van jou als geleider. Voorkom dat je de hond aan zijn lot overlaat terwijl jij nog iets uit de auto wil pakken, je jas wilt aandoen en de auto afsluit. Je hond heeft je nodig in deze onbekende omgeving: Blijf met je aandacht bij hem als hij uit de auto komt. Laat hem de directe omgeving van de auto verkennen, begeleid hem desnoods naar een referencepoint. Pas als de hond op zijn gemak is, sluit je de auto af.

Deze manier van je hond steunen houd niet op bij het vertrek vanuit huis of de auto. Gedurende de hele wandeling blijft je volledig aanwezig bij je hond (telefoon uit!). Het vraagt namelijk je onverdeelde aandacht om je hond goed te kunnen begeleiden en om op tijd te kunnen inspelen van de veranderende omstandigheden om je heen. Om het vertrouwen van je hond te winnen dat jij hem steunt in moeilijke situaties, is het van belang dat je dat prille vertrouwen niet schaadt. Je bent dus proactief bezig, in plaats van reactief.

Vermijden, Managen, Onderwijzen

Om het voor je zelf en voor je hond behapbaar te maken, kies je in het begin voor eenvoudige wandelingen, op rustige plekken, op tijdstippen dat het rustig is. Je past dus eerst “vermijding” toe.

Als je je de lijntechnieken hebt eigen gemaakt, dan kun je rustig aan wat meer prikkels gaan opzoeken. Maar, in deze fase ben je nog wel druk met het managen van de hond en de omgeving; van de route afwijken als er een moeilijke prikkel je tegemoet komt, subtiel de lijn wat inkorten als de situatie daarom vraagt, op tijd naar huis gaan als je merkt dat de hond overprikkeld begint te raken. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van “management”, er zijn er nog veel meer. Je hond leert er weliswaar niet zo veel van, maar je voorkomt hiermee wel dat hij gaat uitvallen en daarmee het ongewenste gedrag oefent.

Van het derde element leert je hond het meest: onderwijzen. Om te leren omgaan met de prikkels die hij eng of spannend vind, is het nodig dat hij ze goed leert (her)kennen, op een afstand dat hij er mee om kan gaan. Dus hij ziet de prikkel wel, maar voelt zich er niet bedreigd (of opgewonden) door en kan de keus maken om er rustig naar toe te gaan of zich er van af te wenden.

Dat gaat als volgt: Je hond neemt op grote afstand de prikkel waar. Je staat stil en geeft je hond de gelegenheid om te kijken, te luisteren en de lucht op te snuiven; informatie verzamelen over de prikkel. Vervolgens mag hij zelf besluiten om weer door te lopen of weg te lopen. Hierin heeft de hond, zeker in het begin, jouw begeleiding nodig. Wordt de afstand tot de prikkel te klein en wordt het daardoor te moeilijk, dan nodig je je hond uit, met lichaamstaal, om weg te lopen van de prikkel. En merk je dat de hond toch spanning begint op te bouwen, ook dan leid je hem weg van de prikkel.

Ook hierbij kun je handig gebruik maken van de omgeving; leid hem achter een heg, grote struik of auto.

Zelfstandig goede keuzes maken

Gaandeweg zal je hond zelfstandig(er) verstandige keuzes gaan maken en hoef je hem minder nadrukkelijk te begeleiden. Waarbij je oog hebt voor zijn behoeften en daarin zo veel mogelijk voorziet. De wandelingen met je hond zijn dan fijne momenten waarin je samen, in harmonie, geniet van de omgeving en elkaar.

——————————————————

 

Bekijk de Workshop: Omgaan met je reactieve hond

 

Lees verder

Apr 04 2013

De Green antischrokvoerbak
Een van de leukste dingen van het krijgen van een nieuwe pup is shoppen voor zijn benodigdheden! Een halsbandje, een mooie riem, een lekker mandje, speeltje en kluifjes.
Er is echter één ding wat je niet hoeft te kopen… een voerbak.

Zoals ik in dit eerder geplaatste artikel beschrijf, is de manier waarop je hond zijn voedsel krijgt van invloed op zijn gedrag. Van oorsprong moesten de honden moeite doen om aan hun eten te komen. Ze scharrelden hun kostje bij elkaar gedurende de dag. Wij hebben die activiteit gereduceerd tot 30 seconden, tweemaal per dag, door het voer in een voerbak te storten. Je kunt je voorstellen dat “gat” in hun dagbesteding dan opgevuld moet gaan worden. En als je dat aan je hond over laat, dan kan het wel eens zijn dat zijn nieuwe gevonden hobby jou helemaal niet aanstaat, zoals binnenhuisarchitectuur “Puppystyle” of tuinieren voor honden met “groene poten”.

Er zijn allerlei voerballen en -speeltjes te koop die je kunt gebruiken om je hond zijn dagelijkse portie brokken te verstrekken. Speeltjes met een grote opening, zoals bijvoorbeeld een Kong zijn geschikt voor nat voer of diepvriesvlees. Op die manier is je hond veel langer bezig met zijn maaltijd waardoor hij veel verzadigder is. En dit resulteert dan weer in minder ongewenst gedrag.

Op de website van Hersenwerk Voor Honden kun je ideeën op doen om zelf (van afval) uitdagend speelgoed voor je hond te maken. Soms kan zoiets simpels als zijn maaltijd in een lege frisdrankfles doen al voor minutenlang plezier zorgen.
Maar het kan nog makkelijker: Als je een tuin hebt, strooi dan zijn brokken uit en laat hem lekker zoeken!
Afwisseling is hierin natuurlijk helemaal fantastisch; wissel elke dag van voermethode en je blijft je hond prikkelen en stimuleren.

Heb je al een voerbak gekocht? Doe je hond een lol; zet er een plantje in! 😉

 

Bekijk onze Indoor Puppycursus

 

 


Lees verder

Jun 02 2009

De Hondenbescherming heeft onderzocht hoeveel beweging honden in Nederland per dag krijgen. En wat blijkt: één op de 5 honden krijgt een wandeling korter dan een half uur. Die honden zitten dus 23,5 uur per dag binnen. Het zal niemand verbazen dat dit kan leiden tot gezondsheidsproblemen en gedragsproblemen en welzijnsaantasting van het dier.
Dit jaar heeft de Hondenbescherming als thema gekozen: Je hond verdient beweging!

Wat voldoende beweging voor een hond is, verschilt van dier tot dier. Op de website van de Hondenbescherming staan een aantal voorbeelden.

Deze video van de Hondenbescherming laat zien hoe je je hond bezig kunt houden met speelgoed.

 

 

 


Lees verder


Samen Leren Samen leven